Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Definitief

Paragraaf Financiering

Algemeen
Deze paragraaf en het Treasurystatuut hebben als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen, de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren, het democratisch verantwoordingsproces binnen de GR te versterken, evenals de kredietwaardigheid in stand te houden en te bevorderen.

Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt vast welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is door het Algemeen Bestuur een vernieuwd treasurybesluit vastgesteld wat per 1 januari 2024 in werking is getreden. Hierin is het wettelijk kader verder uitgewerkt.

Kasbeheer
Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken dient het liquiditeitsgebruik beperkt te worden door de geldstromen op elkaar af te stemmen. Hierbij dient erop te worden toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. Met behulp van een liquiditeitenplanning zal het verloop van de liquide middelen op de voet worden gevolgd.

Schatkistbankieren
Met ingang van december 2013 is het zogenaamde schatkistbankieren in werking getreden. Dit houdt in dat gemeenten, provincies, waterschappen en door hen op basis van de wet Gemeenschappelijke Regelingen opgerichte openbare lichamen, hun overtollige middelen verplicht moeten aanhouden in de schatkist. Middelen kunnen worden aangehouden via een rekening-courant of in één of meer deposito’s.

Er is een deel van de middelen wat niet verplicht bij de schatkist hoeft te worden aangehouden. Dit zogenaamde drempelbedrag bedraagt voor 2% van het begrotingstotaal met een minimum van €1.000.000. Voor de GR geldt het minimumbedrag van € 1.000.000.

Bevoorschotting
De GR wordt door de gemeenten maandelijks bevoorschot.