Beleid
De visie op het weerstandsvermogen van de GR hebben wij in de volgende uitgangspunten verder uitgewerkt.
Structureel systeem van risicomanagement
De GR hanteert een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek worden de risico’s geïnventariseerd en waar nodig worden beheersmaatregelen genomen, vindt evaluatie plaats van bestaande risico’s en wordt hierover gerapporteerd. Het proces van risicobeheersing krijgt een permanente plaats binnen de bedrijfsvoering en maakt onderdeel uit van de jaarlijkse P&C-cyclus.
Verstandig en praktisch omgaan met risico’s
Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen niet volledig worden uitgesloten. De GR dient bewust om te gaan met de risico’s en de beheersmaatregelen hier zo goed als mogelijk op af te stemmen.
Voorzichtig financieel beleid vormt het fundament voor de weerstandscapaciteit
De GR wil een structureel financieel gezonde organisatie zijn, met een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit. Dit kan worden bereikt door de volgende uitgangspunten te hanteren:
- een sluitende meerjarige Programmabegroting;
- een weerstandscapaciteit die van voldoende omvang is om de risico’s te kunnen opvangen.
Inzicht in risico's
Bij de Programmabegroting, Bestuursrapportage en de Jaarstukken worden de financiële risico´s geactualiseerd en vindt een beoordeling plaats van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen. In al deze gevallen wordt het algemeen bestuur hiervan door middel van deze paragraaf in kennis gesteld. Het vorige ijkpunt van de risico’s betrof het traject van het samenstellen van de Jaarrekening 2024.
Benodigde weerstandscapaciteit
Bij het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen risico''s met een incidenteel en structureel karakter. Risico's met een incidenteel karakter kunnen worden opgevangen door eenmalig middelen ter beschikking te stellen.
Voor risico´s met een structureel karakter is het nodig om ieder jaar opnieuw financiële middelen ter beschikking te stellen, als deze risico's zich daadwerkelijk voordoen. De reservering voor het opvangen van risico's binnen eventuele reserves schiet hierbij tekort, omdat de reserves namelijk alleen bestaan uit incidentele middelen. Om structurele risico's op te vangen is het daarom nodig te zoeken naar middelen uit de exploitatie, dan wel op een andere wijze deze risico's af te dekken. Voor het beoordelen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt bij structurele risico's landelijk een factor 2½ aangehouden. De reden hiervan is dat ervan uitgegaan kan worden dat dergelijke risico's vaak niet meteen gedekt kunnen worden in de begroting. Door risico´s met een structureel karakter te vermenigvuldigen met deze factor is het mogelijk de weerstandscapaciteit in een bedrag uit te drukken en toe te werken naar één beoordelingscijfer (indicator).
Risico's met een incidenteel karakter krijgen daarom een factor 1 en risico´s met een structureel karakter krijgen een factor 2½ toegewezen. Samen met de kansen op een gebeurtenis en de mogelijke financiële gevolgen is het mogelijk om de risico’s onderling met elkaar te vergelijken.
Voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van een waarschijnlijkheidspercentage van 80%. De waarschijnlijkheid dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen is immers nimmer het geval. In de praktijk wordt het resultaat van de inventarisatie van incidentele en structurele risico’s daarom maal 0,8 gedaan. Het bedrag dat hieruit komt wordt gezien als benodigde weerstandscapaciteit. Het opvangen van de risico’s vindt plaats door dekking vanuit de Algemene reserve.