Algemeen
Deze paragraaf en het Treasurystatuut hebben als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen, de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren, het democratisch verantwoordingsproces binnen de GR te versterken, evenals de kredietwaardigheid in stand te houden en te bevorderen.
Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt vast welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is door het Algemeen Bestuur een vernieuwd treasurybesluit vastgesteld wat per 1 januari 2024 in werking is getreden. Hierin is het wettelijk kader verder uitgewerkt.
Kasbeheer
Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken dient het liquiditeitsgebruik beperkt te worden door de geldstromen op elkaar af te stemmen. Hierbij dient erop te worden toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. Met behulp van een liquiditeitenplanning zal het verloop van de liquide middelen op de voet worden gevolgd.
Schatkistbankieren
Met ingang van december 2013 is het zogenaamde schatkistbankieren in werking getreden. Dit houdt in dat gemeenten, provincies, waterschappen en door hen op basis van de wet Gemeenschappelijke Regelingen opgerichte openbare lichamen, hun overtollige middelen verplicht moeten aanhouden in de schatkist. Middelen kunnen worden aangehouden via een rekening-courant of in één of meer deposito’s. Er is een deel van de middelen wat niet verplicht bij de schatkist hoeft te worden aangehouden. Dit zogenaamde drempelbedrag bedraagt voor 2% van het begrotingstotaal met een minimum van €1.000.000. Voor de GR geldt het minimumbedrag van € 1.000.000.
Bevoorschotting
De GR wordt door de gemeenten maandelijks bevoorschot.
Renterisicobeheersing
Renterisico’s worden beperkt door:
- een actuele rentevisie te hanteren;
- te toetsen aan de kasgeldlimiet, beheersingsinstrument korte schuld(1 < jaar);
- te toetsen aan de renterisiconorm, beheersingsinstrument lange schuld (1 > jaar).
Renteontwikkeling:
- De ontwikkelingen op monetair gebied worden gevolgd. Door de afzwakking van de inflatie in Europa heeft de ECB de rente enkele malen verlaagd in 2025. Begin 2026 schommelt de rente onder de 2%.
Kasgeldlimiet
Om renterisico’s op kortlopende geldleningen te beperken dienen gemeenschappelijke regelingen te voldoen aan de kasgeldlimiet zoals bepaald in de wet Fido. Dit betekent voor GR de Bevelanden dat de kortlopende geldlening maximaal 8,2% van het begrotingstotaal (totale lasten) mag bedragen. Een kortlopende geldlening bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven.
Renterisiconorm
Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico Gr de Bevelanden loopt op de vaste schulden (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). De renterisiconorm is in de wet Fido bepaald op 20% van het begrotingstotaal (totale lasten). Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Momenteel heeft GR de Bevelanden geen langlopende leningen afgesloten.